We gebruiken het woord leraar en niet leerkracht, want de leer kracht zit in het kind. - Meester Davy
De diversiteit is hier een meerwaarde en daar zorgt de leraar voor. - Papa van M.

Opvoedingsproject

Hieronder vindt u het opvoedingsproject van onze school.

Lieve ouders,
De wereld staat niet stil.
Onze school ook niet.
Bij ons begint vandaag
de wereld van morgen.

De naam ‘Ham’ komt van een oud woord dat ‘poel’, ‘moeras’, of ‘een aan het water gelegen weiland’ betekent. Reeds in het begin van de 13de eeuw vestigden de ‘Eremieten van St.- Augustinus’ zich op dit toen nog onbewoonde Mechelse stadsgedeelte ‘De Ham’. Het bestond uit verdronken graslanden en behoorde niet tot de omsloten stad. Tegen het einde van die eeuw werd het hele gebied drooggelegd, vruchtbaar gemaakt en bewoond. In de 15de en 16de eeuw groeide het uit tot een bloeiende, nieuwe stadswijk. Het is op deze plek dat vanaf 1885 de Congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen te Vorselaar een school oprichtte.

Tot op de dag van vandaag ligt de kiem van ons pedagogisch project in de ontstaansgeschiedenis van onze school. We geloven dat de vruchtbare grond waaruit we ontstaan zijn ons sterkt in het uitbouwen van een sterk en kwalitatief onderwijsaanbod waarbinnen we onze leerlingen helpen om te groeien vanuit verbondenheid met zichzelf, anderen, natuur en cultuur.

Geïnspireerd door onze schooleigen christelijke identiteit en vertrekkend vanuit de missie van KITOS vzw, wil het schoolteam van De Ham zich engageren om:

  • Een gastvrije school te zijn die een veilig, positief en krachtig klasklimaat wil creëren waarbinnen iedereen zichzelf kan zijn
  • Een trotse school te zijn die de blik richt op positiviteit, verwondering en nieuwsgierigheid voor de wereld om ons heen
  • Een warme school te zijn waarin we samen zorg willen dragen voor iedereen
  • Een ondernemende school te zijn die ruimte wil bieden om het leerproces in eigen handen te nemen
  • Een hechte school te zijn die samen wil bouwen aan de toekomst

De zorg voor onze kinderen, is wat jullie verbindt met onze school, wat ons verbindt met elkaar. Samen willen we groeien vanuit verbondenheid.

In Basisschool De Ham willen we groeien vanuit verbondenheid door een gastvrije school te zijn. We willen een veilig, krachtig en positief klasklimaat creëren waarbinnen iedereen zichzelf kan zijn.

Kortom: een plek voor iedereen.

In Basisschool De Ham willen we groeien vanuit verbondenheid door een trotse Mechelse school te zijn die de blik richt op positiviteit, op verwondering en nieuwsgierigheid voor de wereld om ons heen.

Kortom: een positieve kijk.

In Basisschool De Ham willen we groeien vanuit verbondenheid door een warme school te zijn. We willen zorg dragen voor iedereen door op een respectvolle en duurzame manier te leren omgaan met elkaar.

Kortom: zorgzaam omgaan met elkaar.

In Basisschool De Ham willen we groeien vanuit verbondenheid door een ondernemende school te zijn. We willen ruimte bieden om het leerproces in eigen handen te nemen.

Kortom: zin in leven, zin in leren.

In Basisschool De Ham willen we groeien vanuit verbondenheid door een hechte school te zijn die samen bouwt aan de toekomst. We willen elkaar vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid ontmoeten en met elkaar in dialoog treden.

Kortom: samen school maken.

Onze didactische aanpak

In Basisschool De Ham willen we een veilig, krachtig en positief klasklimaat creëren waarbinnen iedereen zichzelf kan zijn. 

De leerkrachten van de lagere school trachten dit o.a. te bereiken door te werken met een 4-sporenbeleid om vlot te kunnen differentiëren in de klas. Door deze methodiek te hanteren leren de leerlingen te groeien in het inschatten van hun eigen niveau én werktempo

Tijdens het eerste dagdeel (voor de voormiddagspeeltijd) worden alle klassikale instructies gegeven van de die dag / voormiddag geplande leervakken. Het theoretisch en praktisch gedeelte wordt hierbij zo kort mogelijk gehouden. Uiteraard zijn uitgebreidere klassikale lesmomenten niet uitgesloten wanneer nieuwe leerstof aangebracht wordt of wanneer klassikale remediëringsmomenten nodig zijn.

Tijdens het tweede dagdeel (na de voormiddagspeeltijd) gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag en krijgen ze de vrijheid om zelf te bepalen met welke opdracht ze beginnen en hoeveel tijd ze nodig hebben om de opdracht af te werken.  De leerlingen wordt aangeleerd om in te schatten en aan te geven waar ze sterk in zijn en waar ze het moeilijker mee hebben (leren leren). Leerlingen die verdere instructie nodig hebben, kunnen deelnemen aan de miniklas die op een door de leerkracht aangekondigd moment / door een klokje aangeduid tijdstip georganiseerd wordt voor bepaalde lesonderdelen.

Om voor de leerlingen én voor de leerkrachten het overzicht te bewaren worden de door de leerlingen (of indien nodig door de leerkracht) gekozen sporen weergegeven op een planbord. Hierop krijgen de leerlingen informatie over de taken die op het programma staan, de samenwerkingsvormen én de wijze waarop opdrachten gecorrigeerd worden.  De leerkracht krijgt hierdoor een volledig overzicht van wie met welke taak bezig is, wie er zal deelnemen aan de miniklas en hoe de leerlingen zichzelf evalueren.

Op het moment dat de miniklas georganiseerd wordt, is de klasleerkracht niet beschikbaar voor vragen van andere leerlingen. De leerlingen leren we hierdoor omgaan met uitgestelde aandacht. Ze leren hoe, waar en bij wie ze terecht kunnen met eventuele vragen. Doorheen de lagere school wordt dit systeem van uitgestelde aandacht gradueel opgebouwd.  

Binnen de lagere school gelden hieromtrent vaste afspraken, zodat in elk leerjaar de planbordwerking een herkenbaar en vertrouwd werkinstrument is en de verticale leerlijn en eenheid hiervan bewaakt blijft. Uiteraard zijn, afhankelijk van de leerlingengroep en van de eigenheid van de leerkracht, afwijkingen toegestaan. Tussen elke graad van het lager onderwijs neemt de abstrahering van de gebruikte symbolen toe.  Bij de overgang van elk leerjaar / elke graad wordt er een overgangsperiode voorzien waarbij nieuwe en geabstraheerde afspraken uitgelegd worden.

Hieronder een overzicht van de courant gebruikte symbolen: 

Om de overgang tussen de kleuterschool en het eerste leerjaar van de lagere school zo laagdrempelig mogelijk te houden, worden impulsen en aanzetten tot de planbordwerking, het leren inschatten van het eigen niveau en werktempo reeds in onze kleuterafdeling geïntroduceerd.  Planmatig werken en het durven/ leren stellen van hulpvragen worden hier volop gestimuleerd.  Reeds in de tweede kleuterklas maken onze kleuters kennis met de in de lagere school gebruikte symbolen m.b.t. het leerniveau.  Symbolen die het leerproces ondersteunen worden vanaf de derde kleuterklas courant gebruikt. Het leren omgaan met uitgestelde aandacht wordt ook volop aangemoedigd.